Sistemas de ensino nos Países Baixos

Sistema de ensino nos Países Baixos

In Nederland gaan kinderen meestal vanaf 4 jaar naar de basisschool. De basisschool duurt 8 jaar, van groep 1 tot en met groep 8. Op Nederlandse basisscholen draait het onderwijs niet alleen om lezen, schrijven en rekenen, maar ook om de brede ontwikkeling van kinderen. Ze leren om zelfstandig te werken, creatief te denken en goed samen te spelen en te leren met anderen. Het onderwijs is kindgericht: de leerkracht kijkt naar wat een kind al kan, wat het nodig heeft en past het onderwijs daarop aan.

Grupos em vez de turmas

A escola primária consiste em oito anos de aprendizagem, a que chamamos "grupos":

Groep 1 en 2 (leeftijd 4-6 jaar): kleuteronderwijs 
Groep 3 t/m 8 (leeftijd 6-13 jaar): anos em que as crianças aprendem a ler, a escrever, a calcular e outras matérias

Como é que as crianças aprendem nos Países Baixos?

Spelenderwijs leren (groep 1 en 2)

No jardim de infância, as crianças aprendem sobretudo a fazer brincar, descobrir e cooperar. Trabalham em cantos (como o canto da construção, o canto da leitura, a mesa de trabalhos manuais) e aprendem:

  • De eerste stappen in taal (bijvoorbeeld: letters herkennen, woordenschat uitbreiden)
  • Números e quantidades
  • Competências sociais: trabalhar em conjunto, partilhar, ouvir, fazer as suas próprias escolhas

 

Vaste vakken vanaf groep 3

Vanaf groep 3 krijgen kinderen gestructureerd onderwijs in vakken zoals:

  • Leitura (começando com sons e letras)
  • Escrita (caneta e caligrafia)
  • Matemática (adição, subtração, multiplicação, divisão)
  • Língua (vocabulário, estrutura das frases, gramática)
  • Orientação mundial (como a geografia, a história e a natureza)
  • Inglês
  • Disciplinas criativas: desenho, música, trabalhos manuais
  • Educação para o movimento: ginásio pelo menos duas vezes por semana

Zelfstandig leren en samenwerken

As escolas neerlandesas incentivam as crianças a pensar por si próprio, resolver problemas e trabalhar em conjunto. As crianças trabalham frequentemente em pares ou em pequenos grupos. Também aprendem:

  • Fazer os seus próprios planos e tarefas
  • Refletir sobre o seu próprio trabalho ("O que correu bem? O que poderia ser melhor?")

É dada muita atenção a desenvolvimento pessoal e comportamento positivo.

Toetsen en voortgang

As escolas acompanham de perto o desenvolvimento das crianças:

  • Ensaios de métodos: pequenas chaves no final de cada tema
  • Testes Cito: testes nacionais de língua, matemática e compreensão de leitura (do grupo 3)
  • Portfólios ou relatórios: os pais são informados várias vezes por ano sobre a evolução dos seus filhos

 

5. Ajuda suplementar quando necessário

Se uma criança tiver dificuldades numa disciplina ou na linguagem, ser-lhe-á dada ajuda adicional. Isto pode incluir:

  • Ajuda em pequenos grupos
  • Instrução suplementar de um professor de recuperação
  • Adaptação (temporária) do nível de ensino.

6. Contacto com os pais

A boa comunicação entre a escola e os pais é muito importante nos Países Baixos. Assim, os pais desempenham um papel importante na escola. Há reuniões de pais e, frequentemente, um reunião de apresentação no início do ano letivo. Também estará envolvido em:

  • Actividades escolares (viagens, festas)
  • Ajuda na aula (por exemplo, na leitura ou nos trabalhos manuais)

O que acontece depois da escola primária?

Na groep 8 begint voor kinderen in Nederland een nieuw avontuur: de middelbare school, of zoals we het officieel noemen: het voortgezet onderwijs. Hier leren kinderen verder, op een niveau dat past bij hun mogelijkheden en interesses.
Voor elk kind is er een passende route. Op basis van het schooladvies van de basisschool worden de kinderen ingedeeld in een van de drie niveaus.

PRAKTIJK

Het praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen die beter leren door te doen. Dit onderwijs is heel praktisch en richt zich op het aanleren van dagelijkse vaardigheden en eenvoudige beroepsvaardigheden. Leerlingen krijgen les in kleine groepen en werken veel in de praktijk, bijvoorbeeld in keuken, techniek of winkelvaardigheden. Het doel van het praktijkonderwijs is dat jongeren zelfstandig kunnen meedoen in de samenleving.

VMBO

Het VMBO duurt vier jaar. Dit onderwijs is praktisch en gericht op doen en oefenen. Leerlingen leren basiskennis en vaardigheden voor een beroep. Na het VMBO gaan de meeste jongeren verder leren op het MBO (middelbaar beroepsonderwijs).

HAVO

Het HAVO duurt vijf jaar. Hier krijgen leerlingen meer theorie dan op het VMBO, maar minder dan op het VWO. HAVO bereidt voor op het HBO (hoger beroepsonderwijs, bijvoorbeeld een hogeschool). Leerlingen krijgen vakken zoals talen, wiskunde en natuurkunde. Na het HAVO kunnen ze naar het HBO of, als ze willen en kunnen, doorstromen naar het VWO.

MBO niveau 1

Veel leerlingen kunnen naar het Praktijkonderwijs gaan na het kunnen leerlingen vaak direct aan het werk.

Sommige leerlingen kunnen doorstromen naar een entree-opleiding op het MBO (niveau 1). Dit is een praktische opleiding die voorbereidt op eenvoudige beroepswerkzaamheden. Het praktijkonderwijs helpt leerlingen hierbij als ze voldoende zelfredzaam zijn.

MBO

Veel leerlingen gaan na het VMBO naar het MBO. Dit is middelbaar beroepsonderwijs. In het MBO leren jongeren vooral een beroep in de praktijk, zoals werken in de zorg, techniek, handel of horeca. De opleiding duurt meestal twee tot vier jaar. Na het MBO kunnen zij gaan werken of doorleren op het HBO.

HBO

Leerlingen met een HAVO-diploma gaan vaak naar het HBO, het hoger beroepsonderwijs. Dit is een opleiding op hogeschoolniveau. Studenten leren op een hoger, meer theoretisch niveau hoe zij later in een beroep kunnen werken, bijvoorbeeld als verpleegkundige, leraar, ingenieur of manager. Een HBO-opleiding duurt meestal vier jaar.

VWO

Het VWO duurt zes jaar. Dit is het meest theoretische en uitdagende niveau. Leerlingen worden voorbereid op de universiteit. Ze krijgen veel en diepgaande theorie en leren vaak in een sneller tempo. Het VWO bestaat uit atheneum (zonder klassieke talen) en gymnasium (met Latijn en/of Grieks).

Universiteit

Met een VWO-diploma kunnen jongeren direct naar de universiteit. Daar leren zij vooral theorie en onderzoek doen. Universitaire opleidingen duren meestal drie jaar (bachelor) en daarna één tot twee jaar (master). Studenten worden zo voorbereid op banen waarvoor veel kennis en onderzoek nodig is.
pt_PTPT